Rimi

Ik kom er eigenlijk iedere dag wel een keer; de Rimi. Het is te vergelijken met de Super de Boer in Nederland, alleen is dit de Letse variant. Ik ben een trouw bezoekster van het filiaal in Galerija Centrs. Het is er niet groot, maar ook niet heel klein; precies goed. Voorbij de ingang aan de linkerkant is de bakkersafdeling. ’s Ochtends voor het naar school gaan hier even broodjes scoren is geweldig, vooral als ze nog warm zijn! Mijn favoriet is de “biezpiena” variant, een broodje met een soort warme, zurige, heerlijke kwark. Oh, wat ga ik dat missen als ik weer terug in Nederland ben! Een eindje verder de winkel in, na het passeren van rekken vol verschillende soorten (rogge)broden, kom je terecht op de patisserie afdeling. Daar hebben ze gebakjes en andere zoetige lekkernijen. Volgens mij is de eerste reactie van een Nederlander die daar langs loopt “wow, wat goedkoop!”. Ja, duur is het niet, wat erg verleidelijk is. De rest van de winkel is eigenlijk zoals ik in Nederland gewend ben, maar de producten verschillen enorm. Thuis hebben we geen yoghurt met broodsmaak, niet zoveel soorten cottage cheese, en al helemaal niet de wereld aan zonnebloemreepjes, koekjes en smeerseltjes. In Letland hebben ze naast de schepsnoep nog iets beters; schepkoekjes. Fantastiski! Volgens mij heb ik onderhand alle soorten wel een keer geproefd. Het is steeds maar de vraag wat ik precies koop. De beschrijvingen op de producten zijn meestal alleen in het Lets, Litouws, Ests en Russisch. Engels komt maar zelden voor. Zo kom je wel eens voor verassingen te staan. Goed… verder zijn Letten grote ijsliefhebbers; zeker de helft van de vrieskisten zijn gevuld met ijs, allemaal los verkrijgbaar. Ik ben een groot fan van de yoghurt en mint variant. Wat ik minder lekker vind is Kvass, een drankje dat vooral in de Sovjet periode erg populair was. Het wordt nog steeds goed verkocht. Ik heb geen idee waarom. Het is een soort broodachtig drankje, en zoiets goors heb ik serieus waar nog nooit gedronken! Achter de kassa’s zitten dag in dag uit dezelfde vrouwen. Svetlana, Daina, Anita… Wat erg, ik ken hun namen zelfs al! Het meisje met de bril en de kromme nep nagels kijkt altijd heel chagrijnig, terwijl het meisje met de bloem in haar haar altijd vriendelijk lacht. Anita is de wipkip van het hele gebeuren. Fanatiek heen en weer wippend op haar kassierstoel haalt ze de producten met opperste concentratie over de scanner heen. Ik heb gehoord dat kassières maar zo’n 200 Lat per maand verdienen; dat is hard en veel werken voor weinig geld. Of ik nou op een luie zondag m’n ontbijt kom halen om 16.00 uur of als ik op een woensdag vroeg naar school ga, ik zie altijd dezelfde koppen achter de kassa zitten. Het is moeilijk voor te stellen dat deze mensen een leven hebben buiten het scannen van boodschappen.

Advertenties

Gezond naar Salaspils, ziek weer terug

Er stonden voor vrijdag geen lessen op het programma, dus Stevany en ik besloten dat het tijd was voor onze volgende excursie. Het was in eerste instantie de bedoeling om naar Kaap Kolka te gaan. Helaas zou de bus pas rond 13.00 uur vertrekken, zodat het al donker zou zijn wanneer we eindelijk zouden aankomen. Dan maar naar Salaspils! We hadden geen idee wat ons te wachten stond, maar het leek ons wel een leuk klein dorpje om te bezoeken. Even voor 11 namen we de trein, en binnen 25 minuten waren we er al. We stapten uit in the middle of nowhere. Tegenover het station lag een grote botanische tuin. Er liep werkelijk waar geen hond. Er liepen trouwens wel twee herten! Heel leuk, ze waren erg nieuwsgierig, dus we hebben ze van redelijk dichtbij kunnen bekijken. We vervolgden onze weg richting het “centrum”. Bij het station vroegen we om een kaart, zodat we wat beter konden zien waar we nou precies heen moesten. Dat was niet zo’n succes. “Do you have a map?”, waarna het vrouwtje in de kiosk hevig nee begon te schudden en antwoordde met “nesaprotu”. Oftewel, “Heeft u een kaart?”, “Ik snap het niet”. Uiteindelijk snapten we wel waarom ze geen kaart had. Zo groot was Salaspils nou ook weer niet; dat merkten we wel toen we wat meer richting de bewoonde wereld liepen. De tijd leek hier te hebben stilgestaan. Er stonden grote hoeveelheden Sovjet flats. Verder had ik het idee dat ik in een dorpje vlakbij Tsjernobyl liep. Het viel me op dat er veel mensen op straat rondliepen die een misvormd gezicht hadden. Heel vreemd, maar met zeker 50 % van de mensen leek wel iets mis. Verder hing er een rare sfeer. Enkele Letten hadden me gewaarschuwd voor zo’n zelfde sfeer in Daugavpils, maar daar voelde ik me juist erg veilig. In Salaspils was dat niet het geval. Stevany en ik probeerden zo min mogelijk Nederlands te praten wanneer er mensen langs ons liepen, en ook een serieuze blik was voor mij opeens geen probleem meer. Dat lukt me anders toch niet zo snel! Ik had enorme last van mijn benen, en ik voelde me behoorlijk zwak. In de lokale supermarkt heb ik voor 3 santim een wortel en een appel gekocht. De wortel ging er nog wel in, maar de appel, blll. Ik ben er wel achter gekomen dat ik geen liefhebber ben van Poolse appels met een meel-bite. Ik begon me steeds minder goed te voelen, dus we zijn na 2,5 uur in Salaspils weer richting huis gegaan. Ik ben in bed gaan liggen en ik ben er haast nog niet weer uitgekomen. Ik heb hele hoge koorts en enorme keelpijn. Sinds vrijdagmiddag heb ik heel veel geslapen, maar ik merk dat het op dit moment al ietsje beter gaat. Op tv worden bijna de hele dag door ijs hockey wedstrijden uitgezonden van Dinamo Riga, bijna altijd tegen Russische clubs. Zo kom ik de dag wel door. Verder wordt er goed voor me gezorgd. Felix komt me om de zoveel uur een appeltje of een kopje thee brengen. Handig, zo’n medicijnstudent; goed werkende pilletjes en heel veel aandacht in overvloed!

Verhuizen

Deze week zat er een briefje van de receptie onder mijn deurklink. In slecht Engels werd duidelijk gemaakt dat ik mijn kamer vanaf vrijdagavond moet verlaten. Elf dagen lang zullen bouwvakkers bezig zijn met het verwisselen van de pijpleidingen. Iedereen in mijn gang heeft dezelfde brief gekregen, dus her en der heb ik vandaag al wat volbeladen koffers heen en weer zien gaan. Het was de bedoeling dat ik in een andere kamer zou verblijven. Het werd kamernummer 342, helemaal aan het einde van de gang, in het donkerste hoekje van het hotel. Het was er klein, maar wel schoon, en er stonden twee bedden. Kort nadat ik de meeste spullen naar mijn nieuwe kamer had gebracht kwam ik erachter dat er geen warm water uit de kraan kwam. Ook nadat ik de kraan 10 minuten aan had laten staan veranderde de temperatuur niet. Toen ik na het verhuizen even rustig van het uitzicht “genoot” (de binnenplaats met kapotte stoelen en tafels, allemaal op een hoop met een bult andere rotzooi) merkte ik dat het in mijn nieuwe stulpje wel heel erg frisjes was. Inderdaad, de kachel deed het niet. Dus hup, ik naar beneden… “Ja, dat is dan jammer, kom morgen maar even terug, het is nu te laat”. De volgende dag, na twee andere pogingen, kwam het dan eindelijk goed. Ik werd geholpen door het meisje achter de balie, die mij op de een of andere manier de schuld gaf dat er zoveel gedoe was ontstaan. Niet echt geweldig dus. Eindelijk kon ik mijn nieuwe sleutel in ontvangst nemen. Dit keer moest ik op de tweede verdieping zijn. Na de hele heisa betrad ik een schattig klein kamertje aan de voorkant van het hotel, met uitzicht op het park en het opera gebouw; prachtig! Maar, er was meer! Ik ben vanaf nu elf dagen lang de trotse eigenaresse van een tweepersoonsbed en een televisie met Letse en Russische zenders; nou, wat wil je nog meer ;-).

Independence Day!

Gisteren was het feest in Letland, het was Independence Day. Letland werd deze dag 91 jaar, en dat werd gevierd! Rond elf uur stonden er allemaal chique auto’s van verschillende ambassades voor het operagebouw. Turkije, Duitsland, Wit-Rusland en Zweden, volgens mij was ieder land wel vertegenwoordigd. Vanaf de derde verdieping van het hotel was goed te zien hoe zo’n mensenmassa er voor het Vrijheidsbeeld stond. Best knap dat dat beeld er nu nog staat eigenlijk… Het heeft de Sovjet bezetting overleefd, en dat terwijl het een duidelijk teken van Lets nationalisme is. Een paar fanatiekelingen hebben verwoesting kunnen voorkomen door de Russen het als kunst te laten zien. Op de een of andere wonderlijke wijze is dat gelukt, en staat het beeld nog steeds te pronken aan het begin van Brivibas Iela, oftewel de straat van de vrijheid. Het beeld is gericht naar het Westen, om zich af te zetten tegen het Communistische Oosten.



Rond het middaguur besloot ik met Felix een kijkje te gaan nemen bij het monument. Er stonden twee bewakers tussen een zee van bloemen. Verder lag er vanaf de “Laima” klok, een heel eind verderop, een hele rij bloemen. Het was een spoor van rode en witte bloemen, gebaseerd op de Letse vlag. Iedereen legde er bloemen bij, waardoor de lijn steeds voller werd. Er liep een man met een professionele camera rond, en hij filmde de gebeurtenissen en de mensen. Ik weet niet hoe het kwam, maar steeds toen Felix en ik langs hem liepen nam hij ons vol in beeld. Zat m’n haar raar of zagen we er gewoon schattig en gelukkig uit?


Wat later op de middag ben ik met Stevany nog even naar dezelfde plaats geweest. Het was inmiddels al wat drukker. Opeens hoorde ik vanuit de verte het gedreun van een paar helikopters. In de verte zag ik ze, zes stuks, enorm groot, en eentje had er zelfs een Letse vlag onder hangen. Het was lang geleden dat ik zo’n kippenvel had gehad, wauw! Dat was echt een prachtig gezicht. Bij de Daugava was een parade aan de gang, en na afloop liep iedereen richting het vrijheidsmonument. Letland heeft twee miljoen inwoners, en volgens mij heb ik toch echt twee derde van de hele bevolking gezien. Serieus, zoveel mensen bij elkaar had ik echt nog nooit gezien.

Om deze memorabele dag te vieren besloten Stevany en ik om een Leffe te gaan drinken in de “Bon Vivant”. Aldaar troffen we een wat oudere man, ik denk dat hij begin 70 is. Hij proostte in het Lets, en dat konden wij natuurlijk ook! Hij vroeg waar we vandaan kwamen, en ik kon het hem soepeltjes in het Lets vertellen. Even later werd het Lets iets te moeilijk, waardoor we overschakelden op het Engels. Hij kon het wel niet zo goed, maar toch, het was te begrijpen. Hij vertelde ons over Letland, over zijn woonplaats en over zijn reis naar Nederland. “Maastricht! I’ve been there”, waarna hij ons vertelde dat hij de Selexyz boekenwinkel in de kerk zo prachtig vond. Uiteindelijk begon hij over de Sovjet bezetting, en ik zag aan het traanwater in zijn ogen dat het nog steeds een moeilijk onderwerp is. Ik vond het heel boeiend om naar zijn verhalen te luisteren. Hij zei dat het vroeger heel moeilijk was om mensen uit andere landen te leren kennen. Hij was zichtbaar blij met onze interesse, en vroeg of we zin hadden om zijn vrouw te ontmoeten. Ze had op dat moment een bespreking in het centrum van Riga, en zou binnen een korte tijd klaar zijn. Ze is gids in Riga, en weet dus veel te vertellen over de Letse geschiedenis. Nadat de beste man ons drankje had betaalt liepen we richting het operagebouw. Daar kwam zijn vrouw al glunderend de tram uitstappen. Geweldig, dat wij nou net die ene lachende Letse troffen die ons graag wilde ontmoeten.


Met z’n vieren liepen we de binnenstad in, waar allemaal kunstzinnige lichtobjecten opgesteld stonden. “Oh, what’s your name again?”, Nienke, “Ninkie, Njenka, uuh, Nienke!” , Ja!, “My name is Zaiga”, waarna haar man zijn hand uitstak en vervolgde “And my name is Alberts!”. Het was redelijk fris buiten, en Zaiga was erg bezorgd dat we het te koud hadden, waarna ze meerdere malen over onze armen wreef. Wat een schattig mens. Tijdens de wandeling zijn we veel te weten gekomen over Riga en hebben we de vele verhalen achter de prachtige gebouwen gehoord. Op een gegeven moment liepen we langs een cafétje, waar een Letse tekst op de muur stond. Het kwam uit een Lets liedje. Een paar tellen later begon Zaiga te zingen, heel hoog, maar heel mooi. Alberts deed mee. Het was erg ontroerend; twee gelukkige oudere mensen die zoveel hebben meegemaakt die opeens samen stonden te zingen. Het was een mooi moment. Ook nu werd het Sovjet verleden er weer bij gehaald. Voor het eerst hoorde ik dat deze tijd niet alleen maar gitzwart was. Zaiga vertelde over de leuke kanten. Ze lachten veel en zongen nationale liedjes. Iedere vorm van nationalisme was in die tijd speciaal, eenvoudigweg omdat het niet mocht. Dingen die niet mogen zijn altijd spannend, dus wanneer er stiekem een Letse vlag werd opgehangen konden mensen enorm genieten van dit vaderlandslievende gevoel, ook al hield de KGB ze scherp in de gaten.

Even later werden Stevany en ik getrakteerd op een fijne gluhwein. Dat ging er wel in na zo’n koude wandeling! Alberts vertelde me dat ik maarzo eens een familielid van hem had kunnen zijn. Zijn familie bestaat ook uit van die witkopjes, vertelde hij, al wijzend naar zijn zilveren haren. Ook had hij dezelfde kuiltjes in zijn wangen als ik heb. Na een paar complimenten over mijn goed verstaanbare Engels vervolgden we onze weg richting het vrijheidsmonument. Onderweg kwamen we nog allemaal interessante kunstobjecten tegen, en oh, wat was het druk. De kou was niet meer uit te houden, dus Stevany en ik zijn rond half acht richting het hotel gegaan om wat warmers aan te trekken. Met een glimlach en een lieflijke handdruk namen we afscheid van Zaiga en Alberts; wat een geweldig stel. Zaiga gaf ons haar kaartje, en zei dat ze het leuk zou vinden als we nog een keertje bij ze op bezoek zouden komen. Dat gaan we zeker doen! Die avond zijn we nog even naar de live toespraak van de president van Letland wezen kijken, waarna ik samen met wat andere studenten uit het hostel heb genoten van het vuurwerk. Het duurde weliswaar niet zo lang, maar toch, het was leuk om te zien (net zoals alle agenten die de enorme mensenmassa eigenlijk niet in bedwang kon houden). Overal waren mensen, overal! Maar hmm, het was een fijne dag…


Bijnamen

Je kent het wel, je bent even de naam van iemand kwijt en noemt hem of haar “die ene”, waarna de ander meestal wel snapt over wie je het hebt. Omdat Stevany en ik hier zo veel nieuwe mensen hebben leren kennen hebben we onbewust een hele rij bijnamen bedacht. Op school is dit ook best handig, want de Letse namen waren, vooral in het begin, erg moeilijk te onthouden. Nederlandse buitenstaanders zullen er wel niks van snappen, maar goed, niemand die ons hier verstaat. We hebben soms niet eens meer door hoe stom onze zinnen eigenlijk klinken. Zo hebben we het op school vaak over “stijve tepels” (die jongen lijkt het gewoon altijd koud te hebben!) en Vinkenslag (ja, die zou maar zo eens op kamp Vinkenslag te Maastricht kunnen wonen; no offense). Verder heten onze leraren Lokje, Pieter en Nostradamus. In het hostel lopen mensen rond als minderwaardigheidscomplex, die Rus, glimlachje en Axel Rose. Rode pan, Kurt Cobain, Matt Damon, turtle en wortel hebben het hostel inmiddels verlaten. Voor zover ik weet heb ik ook al een reeks bijnamen gekregen. Nike Air, Nikita, the blonde chick, Nikkei en Njenka zijn degene die ik me zo nog kan heugen. Ohja, en dan ben ik de meest geweldige nog vergeten; honigkuchenpferd!

Journalism, Tintina and Food

Vandaag had ik mijn eerste lecture van mijn nieuwe vak voor journalistiek. 3 uur lang, mijn hemel. Veel journalistieke ervaring heb ik niet, maar dit was toch allemaal aardig goed te begrijpen. Wat ook in 15 minuten duidelijk zou zijn geweest werd nu puntje voor puntje aangesneden tijdens een te lang durende les. Nouja, ik voelde me nu eens een keertje slimmer dan tijdens de lessen over de Europese Unie, waar de “Dutch representatives” de leraar niet bepaald kunnen verblijden met hun geringe kennis.

Om 17.00 uur was ik vrij en nam ik de tram naar huis. De Kadans en Het Klein Orkest hebben inmiddels plaats gemaakt voor Russische popmuziek en Radio Skonto (waar ze regelmatig Duran Duran, Depeche Mode en Jean Michel Jarre draaien; meer heb ik niet nodig!). Ik betrapte mezelf er maar weer eens op dat ik de enige glimlachende persoon was in een volgeladen tram met nors uitkijkende Letten. Ik zag mezelf in de weerspiegeling van het raam terwijl ik over de Daugava uitkeek. Op zulke momenten besef ik maar weer hoe fijn het is dat ik zo’n geweldige kans heb gekregen om dit avontuur mee te mogen maken.

Stevany en ik zijn in de avond nog even naar een outlet boekenwinkel gelopen. Het leek me altijd al leuk om een Kuifje strip te bezitten in een “rare” taal. En wat lag daar nou net in de winkel? Juist! Ik heb er twee verschillende kunnen bemachtigen voor slechts 2 Lat per stuk; yeah! Dit motiveert me weer om met mijn Lets aan de gang te gaan zodat ik alles kan begrijpen. Verder heb ik nog een boekje gekocht met Letse recepten. Stevany en ik zien het al helemaal gebeuren. Als we weer terug in Maastricht zijn zetten we Letse muziek op, eten we Letse pot en spelen we een potje Letse Monopoly (ja, ook dat heb ik weten te bemachtigen voor een belachelijk lage prijs!). Dus geen Kalverstraat voor ons, nee, Doma Laukums is the place to own!

Na een stevige maaltijd bestaande uit potato wedges, bonen en vissticks kreeg ik een sms van Felix, met de vraag of ik zin had om nog een keertje mee uit eten te gaan met zijn ouders en hemzelf. Hmmz, goed teken! Ook al zat ik helemaal vol, een salade kon er nog wel bij in. Ik ben dus gewoon met ze mee gegaan. Het was hartstikke gezellig! Morgen gaan ze al weer weg, dus na een dikke knuffel (en dat komt niet vaak voor bij Duitsers die je nog niet zo goed kent) hebben we ze gedag gezegd, wetende dat ik ze vast snel wel eens weer zal zien.

Morgen ben ik vrij van de Uni en woensdag trouwens ook! Dan is het Independence Day en het belooft een groot volksfeest te worden met parades en vuurwerk. Het lijkt me geweldig om de Letten eens vrolijk te zien!