Blaasontsteking in Letland? Daar word je niet vrolijk van.

Inmiddels ben ik alweer tien daagjes terug in Nederland. Het gaat goed met me en ik vond het heerlijk om weer bij mijn ouders in Nederland te zijn. Maar… ik heb veel last van “hinausweh” gehad. Ik wil weer terug! Gelukkig ga ik volgende week weer voor een weekje naar Riga. Ik heb er ontzettend veel zin in!

Het onderstaande verslag hadden jullie nog van me tegoed. Het gaat over mijn blaasontsteking avontuur in Letland. Enjoy!

Ik voelde het al een paar dagen aankomen; een blaasontsteking. Vervelend! In Nederland zou ik dan meteen even met een potje plas naar de dokter gaan, wetende dat ik binnen no-time door zou kunnen gaan naar de apotheek voor mijn antibiotica. Nou, in Letland gaat het er anders aan toe. Aan de receptie van Hotel Riga heb ik gevraagd waar ik met mijn blaasontsteking terecht kon. “A bladder infection? You need a dermatologist?”. Na die vraag voelde ik het al aankomen; dit zou nog wel eens een hele lange dag kunnen worden. Het meisje achter de balie raadde me een privékliniek aan. Ze had echter wel de hulp van haar mannelijke collega nodig om te snappen waar ik nou precies last van had. Omdat ik een rasechte zuinige Hollander ben wil ik graag dat medische kosten vergoed worden door de verzekering. Ik zag het al helemaal gebeuren dat ik als buitenlander met volle portemonnee in de privékliniek enorm veel moest gaan betalen zonder dat het vergoed zou kunnen worden. Dan maar naar een ziekenhuis van de overheid. Medische zorg is medische zorg, dacht ik.

Daar gingen we dan, Stevany en ik, richting het Stradins ziekenhuis (wat overigens bij de Stradins universiteit hoort waaraan ik gestudeerd heb). Eenmaal aangekomen hadden we de keuze tussen zeker 40 gebouwtjes. Van de grote plattegrond werden we niet veel wijzer, alle Letse benamingen maakten het alleen maar moeilijker. Ik besloot een willekeurig huisje te bezoeken en te vragen waar ik met mijn kwaaltje terecht kon. Op het moment dat ik met een enthousiaste “ Hello!” begon, startte het vrouwtje achter de balie heftig heen en weer te schudden met haar hoofd. Inmiddels weet ik dat dat betekent dat zo’n persoon geen Engels kan en ook geen enkele moeite zal doen om je verder te helpen (ja, ook al wil je zo snel mogelijk naar een dokter, het maakt ze niets uit!). Gek wordt je er van, ik ben in Letland net even iets te vaak zulke onbehulpzame typjes tegengekomen. Zelfs een mix van Lets en Engels werkt in zo’n geval niet. Dus hup, de zoektocht ging verder. Stevany en ik hebben het hele terrein afgelopen en hebben zo’n acht verschillende huisjes bezocht. Nergens waren we aan het juiste adres. Ik had het gevoel alsof ik in een slechte film was beland. Wat steriele dependances van het ziekenhuis moesten zijn waren slecht onderhouden gebouwen met afgebladderde verf, houten kozijnen en een horde zwerfkatten voor de deur. Ik kon mijn ogen niet geloven!

Na een beste poos zoeken naar het juiste gebouw kwam ik op de eerste hulp terecht. Ik werd van het kastje naar de muur gestuurd, en werkelijk geen enkele receptiemedewerkster sprak ook maar een woord Engels. Uiteindelijk besloten we midden in de centrale hal voor de balie te blijven staan, net zolang tot ik geholpen zou worden. Een aardige ambulancebroeder schoot me gelukkig te hulp. “ Oh, een blaasontsteking? Klein antibioticakuurtje en je bent er van af!”. Even later werd ik dan eindelijk geholpen. Ik moest meekomen met een vrouwelijke dokter. Stevany moest bij de receptie blijven wachten. Samen met de dokter liep ik door een grote hal waar een lange rij met bedden stond. Overal lagen oude opa’s en oma’s, zonder deken, zonder kussen. Ik werd er een beetje naar van. Het leek wel een eindstation voor mensen die geen gezondheidszorg kunnen betalen. Stuk voor stuk zagen ze er uit of ze het einde van de week niet zouden redden. Ik moest op de gang blijven wachten. Ook daar stonden bedden, ja, gewoon in de hal. Mensen keken me hulpeloos aan, en ik wist niet zo goed wat ik met deze hele situatie aanmoest. Na een kwartiertje wachten kreeg ik een potje in mijn handen gedrukt. Daar moest een plasje in! Het toilet kon niet op slot, en vlak naast de deur lag een dronken uitziende kerel. Gelukkig heb ik in alle rust mijn plas kunnen plegen. Ik had gedacht dat de dokter nu een speciaal papiertje in mijn urine zou steken om me daarna antibiotica voor een blaasontsteking te geven. Helaas, dat kennen ze hier niet! Ik kreeg werkelijk een complete bodycheck.

Ik moest met een studentje meekomen naar een kamertje achter in de gang. De jongen zag er niet al te zelfverzekerd uit en ik weet zeker dat hij niet veel ouder dan mij moet zijn geweest. De onderzoeksruimte was alleen te bereiken via een andere ruimte, waar net op het moment dat ik er doorheen liep een jong ventje met z’n broek op z’n knieën stond. Best gênant! Eenmaal veilig achter een gesloten deur moest ik gaan liggen en werd ik meteen verblind door een grote felle lamp. “ Ja, we gaan even bloed bij je afnemen”. Zijn Engels liet te wensen over en ik was er niet helemaal zeker van of hij snapte waarom ik in het ziekenhuis was. “ Ik heb alleen maar een blaasontsteking, dus mag ik niet gewoon weg zonder dat je bloed van me afneemt?”, vroeg ik. Nee, dat mocht niet, ze wilden onderzoeken of er iets raars te zien was in mijn bloed. “Hmm, je aders zijn best lastig te zien, dit kan wel eens pijn gaan doen”. Het zweet brak me aan alle kanten uit. Ik laat me nooit meer door zo’n broekkie prikken! Mijn hemel, wat deed dat pijn zeg. Het was niet helemaal goed gegaan, dus even later kwam de hoofdzuster erbij om me in mijn andere arm te prikken. Om de pijn te vergeten heb ik in mijn beste Lets al kreunend en steunend een verhaaltje over Nederland verteld. Hoe zo’n pijn het ook deed, het is me wel weer eens gelukt een Letse aan het lachen te krijgen (zo makkelijk is dat namelijk niet). Daar lag ik dan, met twee stijve armen. Dat was nog niet alles. Het jonge studentje kwam binnen met een beste injectiespuit. “Doe je broek maar even uit, dit is tegen de pijn”. Een blaasontsteking is heel irritant, maar zo pijnlijk dat er een dikke spuit in moet? Nee, bedankt! Ik vroeg nogmaals of hij wel doorhad dat ik alleen maar in het ziekenhuis was vanwege een simpele blaasontsteking. Hij leek het te begrijpen, maar toch, hij wilde maar al te graag van dat spuitje af. Ik wilde het echt niet, en na lang aandringen heb ik hem gelukkig ook niet gekregen. De jongen dacht dat ik bang was, en dat ik het daarom niet wilde. Ik vond het gewoon absoluut niet nodig.

Na een beste poos wachten in de wachtkamer werd ik opgehaald door de vrouwelijke dokter. Ze wilde een echo maken, omdat ze dachten dat ik zwanger was. Op dat moment was het moeilijk om kalm te blijven. Alles wat ik wilde was een doosje antibiotica, en nu zaten ze me nog een zwangerschap aan te praten ook! Die echo heb ik gelukkig kunnen ontlopen, maar daarvoor in de plaats stelde de dokter alle aspecten van mijn gezondheid aan de kaak. Je kunt wel spreken van een zeer, zeer uitgebreid onderzoek. Toen er genoeg informatie verzameld was kon ik plaatsnemen in de wachtkamer.

Om 14.30 uur kwamen Stevany en ik bij het ziekenhuis aan, en rond 19.00 uur zat ik nog te wachten op mijn uitslag. Na een lange tijd kwam de dokter met de verlossende uitslag. “It’s just a little bit not good”. Goh, een blaasontsteking! In Nederland ben ik gewend voor dingen aan te zijn voordat ze erger worden, zo ook in dit geval. Na een administratieve rompslomp kreeg ik eindelijk mijn recept voor de antibiotica mee. Wat een dag. Drie dagen later was ik van mijn blaasontsteking af, maar daar heb ik heel wat voor moeten doorstaan. Zo zag ik maar weer eens in dat het er in Nederland zo slecht nog niet aan toe gaat!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s