Goodbye Baltics…

They have made me to who I am now… Estonia, Latvia and Lithuania. Within five valuable years I expanded my world view, got used to different mentalities, survived heaps of snow with -30 degrees and discovered both the most beautiful as well as most dirty places I had ever seen. I found love, and I lost love. I learned to say no and to trust my intuition. I found out the characteristics of being Dutch through self spot and pride, realizing that origin can often be traced back within one’s reasoning. I felt lonely on the most crowded student parties, but yet so fulfilled and energized when strolling along the sea side, through centuries old Russian cemeteries and abandoned side streets, all alone. There’ll be things I’ll miss, like my friends, the warm Baltic evening light, all magic but non-touristy places and the surprisingly informal atmosphere within the universities and internship placements.  There are also things I’m not going to miss, like the Lithuanian style inner-curve-taking way of walking which I still don’t get, the often experienced ‘customer isn’t king’-behavior, and the smell of people drinking so much cheap beer and vodka that they simply sweat pure alcohol, and then always manage to stand too close when there’s no way out, brr. Five years at this beautiful corner of Europe made me more independent, more intelligent, more open, more creative and even less judgmental. Being comfortable with yourself and your achievements is one of the greatest satisfactions you can have as a young adult. Especially as a woman, it was a delight (through a.o. the topic of my Master thesis, having to do with sexual objectification) to properly and comfortably distance myself from the immense female self-body-monitoring that seemingly occupies the lives of the majority of women here. The insight in the mechanism provided self acceptance and satisfaction, leaving a lot of time left to notice other things in life, let it be a special bird or just the change of light. Yes, the Baltics made me realize there is much to enjoy in life. Because of my experiences here, I managed to put my teen-like shyness aside and to perceive the world with open arms, but yet, always strongly relying on all my senses. If I could do it over again, I’d walk the exact same path.

From teen to young adult in Estonia, Latvia and Lithuania. I left my teen years behind somewhere in Russia, where I celebrated my 20th birthday in 2010.
Advertenties

De geest van Berend Botje in het afvoerputje van Tallinn

Ik woon vlakbij de haven van Tallinn waar dagelijks meerdere indrukwekkend uitziende cruiseschepen aanmeren. Het is een fijne plek vol bedrijvigheid. Iedere dag hoor ik vanuit mijn kamer wel eens een scheepshoorn (is dat de correcte benaming voor ‘toeter van een boot’?). Vanochtend hoorde ik het geluid ook weer, waarna ik aan een liedje uit mijn kindertijd dacht. ‘Berend Botje ging uit varen met zijn scheepje naar Zuidlaren…’. Verder kwam ik niet. Ik nam me voor om kort daarna de volledige tekst eens op te zoeken, wat ik natuurlijk vergat. 
Eerder deze avond heb ik met behulp van twee wegwerp houten stokjes een flinke portie noodles met kip naar binnen gewerkt in een kneuterig Chinees restaurantje. Ik was daar samen met een Estse vriendin. Ze vertelde me dat de tram waarin we zojuist hadden gereden als eindpunt het district ‘Kopli’ heeft. Ik heb nooit veel goeds over dit gebied gehoord, dus ik vroeg haar nieuwsgierig wat er nou precies zo gevaarlijk is. ‘Hier in de buurt loopt wel eens een man rond die voor de lol vrouwen en kinderen prikt met een injectienaald. Gelukkig heeft niemand tot nu toe een ziekte opgelopen’, vertelde ze me. ‘In Kopli moet je oppassen, je kan er maar zo in elkaar geslagen worden. Ook zijn er hier enorm veel daklozen’. Wanneer ik zoiets hoor heb ik stiekem altijd de neiging juist wel naar zo’n plaats te gaan, er een paar kekke kiekjes te schieten om daarna heelhuids maar met een lichte adrenalinekick weer terug naar huis te keren.
 Een impressie van Kopli
Eenmaal verzadigd en weer thuis besefte ik dat er op dit moment even geen tijd is voor spannende tripjes. Misschien later. Voor nu hou ik het bij de afbeeldingen die Google me voorschotelt. Ziet er lekker rauw uit, kijk maar eens. Ik las dat er in 1774 een begraafplaats werd aangelegd voor Baltische Duitsers en dat deze plek ‘Friedhof von Ziegelskoppel’ heette. Op een gedenksteen na is daar niets meer van over. Wel vernam ik dat er vroeger een Lodewijk van Heiden zou hebben gelegen. Dat moet een Nederlander zijn geweest! 
En jawel, Lodewijk Sigismund Vincent Gustaaf van Heiden, geboren in Zuidlaren op 6 september 1772. Zijn vader was onder andere bestuursambtenaar van Coevorden en het Drentse Landschap. De familie woonde op een havezate in Zuidlaren. Lodewijk schijnt de enige Drentse zeeheld in de geschiedenis te zijn geweest. Opvallend is zijn connectie met Rusland, waar zijn achternaam trouwens werd uitgesproken als Geiden in plaats van Heiden. Hij schopte het uiteindelijk tot opperbevelhebber van de Russische vloten en gouverneur van Kronstadt, een op een klein eilandje gelegen Russische havenstad. 
 Kronstadt
Lodewijk’s zoon Graaf Frederick Maurice van Heiden werd geboren op Sveaborg (nu Suomenlinna), een vesting van een paar eilandjes voor de haven van Helsinki. Hij werd gouverneur generaal van het Groothertogdom Finland. Van 1809 tot 1917 maakte Finland deel uit van het Russische Keizerrijk. Hij settelde uiteindelijk in Lijfland, het gebied dat nu ruwweg Estland en Letland is. 
 Suomenlinna (deze foto heb ik gemaakt vanaf de boot richting Helsinki)
En dan nu weer terug naar Lodewijk van Heiden. Zijn bijnaam was Berend Botje. Toen hij in 1832 terugkeerde naar Nederland leende Koning Willem I hem een stoomboot zodat hij enkele belangrijke steden kon aandoen, zoals zijn geboorteplaats Zuidlaren. Toch kon hij zijn draai niet helemaal vinden in Nederland. Hij vereenzaamde en belandde uiteindelijk in Reval (Tallinn, Estland), wat niet zo gek ver weg is van Kronstadt waar hij zo geliefd was. Aldaar kreeg hij waterzucht (oedeem) waardoor hij op 77-jarige leeftijd overleed. Het was altijd zijn wens geweest om in Zuidlaren begraven te worden. Toch is er schijnbaar een pijnlijk gevalletje van miscommunicatie geweest. Lodewijk van Heiden werd in 1850 op de inmiddels vernietigde Duitse begraafplaats in Kopli begraven. De grafstenen zijn door Sovjet militairen weggehaald en verwerkt in muren en voetpaden.
 Lodewijk van Heiden
Triest… Dan is het misschien nu de juiste tijd om toch eens de tekst van ‘Berend Botje’ op te zoeken.
Berend Botje ging uit varen
met zijn scheepje naar Zuidlaren
de weg was recht, de weg was krom
nooit kwam Berend Botje weer om
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
waar is Berend Botje gebleven?
Hij is niet hier, hij is niet daar,
hij is naar Amerika.
Maar… ho eens even… hij is dus niet in Amerika. Toen hij ‘De Nieuwe Wereld’ wilde verkennen viel het hem dusdanig tegen dat hij er voor koos liever in Estland te willen verblijven. Zijn geest spookt nog gewoon rond in Tallinn, hoewel hij eigenlijk in Zuidlaren had moeten rusten. Het is wat met die Drenten hier… 

De meeuwen van Linnahall

Het zijn de heersers van de Golf van Finland. De huisdieren van de cruiseschepen die dagelijks Finnen, Zweden en Russen over de golven deinzend naar het beloofde land brengen. Uitgerust met inklapbare steekkarretjes veroveren de noordelingen de alcoholschappen van menig supermarkt en liquor store. Slechts bijzaak voor de monsters met enorme spanwijdte. De meeuwen van Linnahall zijn de bewakers van de kustlijn en laten geen enkel prulletje onopgemerkt aan hun patrouille voorbij gaan. Toen de vlag nog overwegend rood was maar de harten van de Estse bevolking blauw, zwart, wit sloegen werd de uitkijkpost gebouwd. Het geboortekaartje van dit bizarre Sovjet bouwwerk luidde de naam: Vladimir Ilych Lenin Paleis voor Cultuur en Sport. Toen ikzelf minus 10 jaar oud was werden in Moscow de tweeëntwintigste Olympische Zomerspelen gehouden. Taak aan de Estse Socialistische Sovjetrepubliek om het zeilen voor haar rekening te nemen. Nu, meer dan dertig jaar later, ligt het geboortekaartje versnipperd tussen het grofvuil. Het sportpaleis is omgedoopt tot het lieflijk klinkende Linnahall, oftewel, stadhuis. Hoe zoet de naam de gehoorgangen ook betreedt, de identiteitscrisis is een feit. Linnahall is verre van een stadhuis en na de Zomerspelen werden er voornamelijk concerten gegeven. De hoekjes van dit imposante bouwerk brokkelen langzaam af. De optredens die er tijdens Estland’s jonge jaren gehouden werden galmen slechts vaagjes na in de kille ruimten omringd met gewapend beton. De fonteinen blijken geen bron van eeuwige jeugd. Het enige wat het kinderlijke nog naar boven haalt zijn de talrijke bonte graffititekeningen en het geschaterlach van de nors uitkijkende vliegeniers: de meeuwen van Linnahall. 
Het dak is een beetje sompig. De meeuwen veren langzaam op en neer wanneer ze pootje voor pootje de poreuze dakbedekking belopen. Er ligt een boek. Een dikke pil. De kustwind lijkt de pagina’s in razend tempo door te bladeren. Een van de meeuwen besluit een kijkje te nemen, scheurt vastbesloten een willekeurige pagina uit het boek en struint daarna verder naar een van de vele andere objecten die op hun gedaanteverwisseling naar stof liggen te wachten. Gerinkel doet alle koppen dezelfde kant uitsteken. Een dikke aandachttrekkende meeuw speelt een melodieus toontje door op een aangenaam ritme steeds weer een bierdopje te laten vallen. De uitgescheurde bladzijde vliegt als een papieren vliegtuigje het dak van Linnahall over. Nog voor dat de boekmolesteerder er achter aan kan gaan wordt zijn aandacht gevestigd op een glazen flesje, ontdaan van etiket. In het flesje staat een laagje water waarin een nootje zwemt. Plots wordt het rinkelen van het bierdopje vergezeld door het ritmische tikken van een meeuwensnavel tegen glas. Dat nootje is voorlopig nog wel even veilig. 
De wind komt uit het Noorden en brengt een ware lege chipszakkentornado op gang. Een frisse bries bedekt Tallinn met een dun vliesje Finse puurheid. Slechts 80 kilometer scheidt Tallinn van haar grote norse broer, Helsinki. Finland, het land van sauna, en door velen geclaimd, wodka. Het land van de bolle toeten en wipneusjes, gedrapeerd in kinderlijke maar oh zo geraffineerde designpatronen, stiekem met een toefje zwarte heavy metal. De muziekmakers in Tallinn spelen rustig verder en hebben zelfs een geïnteresseerde toeschouwer voor zich weten te winnen. Deze meeuw, het jonge ventje dat nog niet helemaal goed in de veren zit, kijkt stoer om zich heen. Hij heeft een bijna opgerookte peuk in zijn snavel. Een boot nadert de haven van Tallinn. De passagiers vergapen zich aan de skyline waarvan de letterlijke vertaling ‘Deense stad’ is. Van architecturale hoogstandjes in kantoor- en hotelbouw tot imposante kerken van diverse geloofsstromingen, Estland glimlacht via zijn trots Talllinn alle gasten tegemoet. Linnahall wordt in alle opwinding over het hoofd gezien, terwijl juist daar de meeuwen een in de vergetelheid geraakte traditie in alle onschuld en oprechtheid in ere proberen te houden. 
De boot meert aan, de alcoholshops worden bestormd. De orde van de dag, gehaast en alle details over het hoofd gezien. De uitgescheurde bladzijde zweeft nog eens voorbij. De wapperende pagina’s van de dikke pil spelen met de zonnestralen. Het bewegelijke licht wordt gereflecteerd op het half gevulde flesje. Het nootje deinst op minuscule golven, nog altijd op een veilige afstand van de pikkende meeuw. *Tik- tik tik- tik*. De aandachttrekker is nog steeds gefascineerd door zijn rinkelende dopje. *Ting – ting – ting*. De peukmeeuw loopt zelfverzekerd en op de maat van de muziek af op zijn nieuwe vondst. Hij laat de peuk voor wat het is en stort zich op een ronddollend plastic bekertje. De wind maakt zijn donshaartjes er maar toesterig uitzien. Het maakt allemaal niet uit. *Rrrrr – rrrrr*. Met het rollende stukje plastic wordt een extra dimensie aan het welkomstonthaal toegevoegd. Linnahall, vergane glorie waar het nagalmen van weleer alleen voor de rijken onder ons is weggelegd: degenen in het bezit van de rijkdom van geduld en oog voor detail.

Book review: Rusland voor gevorderden

A book review about a book which is, as far as I know, only available in Dutch. Therefore a post for the Dutchies this time. If you do manage to find this book being translated: read it! I absolutely loved it.
Dus, Rusland voor gevorderden. Dat leek me wel wat. Niet dat ik me na pas één keer in Rusland te zijn geweest ‘gevorderd’ mag noemen, maar toch. In Estland, Letland en Litouwen zijn nog veel sporen terug te vinden van de Russische overheersing. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de bureaucratie nog veel gelijkenis vertoont met de Russische. Bijna dezelfde lui staan ten slotte nog steeds aan het roer. Gelukkig lijkt het er tegenwoordig in de Baltische Staten op het eerste gezicht wel wat minder corrupt aan toe te gaan, ook al zeg ik dat niet met volle overtuiging. Iedereen die iets met de Baltische landen heeft en Rusland toch ook wel mysterieus en spannend vindt zal veel plezier beleven aan ‘Rusland voor gevorderden’ van Jelle Brandt Corstius. Het boek is ontzettend vlot geschreven en leest dus lekker weg. Het is alsof een goede vriend doorratelt over ongeloofwaardige maar toch waargebeurde belevenissen in een land waarin iedereen de gehele dag teut is. Ik krijg er geen genoeg van. De verhalen zijn erg herkenbaar, ontzettend bizar, maar raken daarentegen ook af en toe de gevoelige snaar. Jelle is een meester in het overbrengen van droge humor met een flinke vleug Hollandse nuchterheid. Een aanrader dus!